Met veel winden meewaaien
'Waren we nog maar jong!' roepen wij mijn roeivriendinnen en ik vaak als we piepend en krakend uit onze roeiboot stappen. Ik heb zo'n spijt dat ik niet eerder ben gaan roeien, bijvoorbeeld in mijn studententijd. Dan was het misschien nog iets geworden.
Ook fantaseer ik er weleens op los wat ik nu zou gaan doen als ik net mijn middelbareschooldiploma op zak zou hebben. Ik denk dat ik eerst de wijde wereld in zou trekken en pas daarna zou gaan nadenken over wat ik ging studeren. Zou dat toch Engels zijn? Ik heb geen idee.
Zoals bij veel dingen in een jong leven speelde mijn omgeving een belangrijke rol in mijn keuzes. Mijn moeder wilde graag dat ik ging studeren, en mijn leraar Engels vond het doodzonde als ik niet iets met Engels ging doen. Toch koos ik voor rechten. Toen ik daar na na twee maanden al spijt van kreeg, vertrok ik naar Engeland (toch een béétje op reis) om daar te werken, of beter gezegd: uitgebuit te worden, als au pair. Ik had er een geweldige tijd en inderdaad werd het dan bij terugkeer in Nederland toch Engelse taal- en letterkunde.
Tentamens halen, het leuk hebben en een beetje geld verdienen; ik geloof niet dat ik veel zorgen had toen. Een studiebeurs kreeg je destijds gewoon, je hoefde geen geld te lenen. Wat een luxe! Of ik heel erg met de wereld bezig was? Mijn wereldje was vooral plezierig en overzichtelijk. Ik kon heerlijk dagdromen, had leuke baantjes, werd verliefd en ging op stap, altijd met de veiligheid van thuis als basis. Terugkijkend groeide ik op in een stabiel gezin waar geen financiële problemen waren, maar wel gezelligheid en aandacht. Het bijzondere was wel dat het een eenoudergezin was.
In die tijd kwamen echtscheidingen nauwelijks voor. Toch vond ik opgroeien zonder vader normaal. Van dat het voor mijn moeder niet makkelijk is geweest werd ik mij pas veel later bewust. En dat ik er achteraf toch wel onder geleden had als kind, werd me ook pas later duidelijk. In mijn jonge jaren was 'mental health' nog niet echt een onderwerp.
Het lijkt me niet eenvoudig om juist nu jong te zijn. Het is eerder regel dan uitzondering dat ouders niet meer bij elkaar zijn en voor veel jongeren is het heel gewoon dat zij zich met verjaardagen of feestdagen in tweeën of meer moeten splitsen. En dan maar hopen dat je ouders normaal tegen elkaar doen.
Ook grote wereldproblemen komen ongefilterd binnen: economische onzekerheid, oorlogen, de dreiging van klimaatveranderingen. Je moet met veel winden meewaaien. Er is zoveel prestatiedruk... je moet succesvol zijn, én mooi, én slim en er zijn zoveel groeperingen, waar hoor je bij? En je identiteit. Online zijn lijkt soms belangrijker dan offline. Zoveel gaat via de schermen, wat is echt en wat niet?
Al die indrukken, met zoveel snelheid, zelfs jongeren kunnen het tempo amper bijhouden. Mentale problemen maar ook wachtlijsten voor passende hulp zijn eindeloos. Ik vind het heel wat voor deze generatie.
Klink ik als een oude muts als ik zeg: 'ik ben blij dat ik nu niet jong ben'?
MATHILDE LAGEMAN
Directeur & mede-eigenaar STE Languages