Tussen Culturen: Eindhoven
Of je nu omhoogkijkt naar het industriële beton van Strijp-S of de lichtgevende Lichttoren nog eens aankijkt: je ziet de legacy van Thom Aussems. Bijna 25 jaar lang deed de voormalig directeur van woningcorporatie Sint Trudo veel meer dan vastgoed beheren in een stad die sociaal en economisch ingrijpend veranderde. Hij gaf het architectonische en industriële erfgoed van Eindhoven een nieuwe betekenis. Terwijl onze stad zich in hoog tempo ontwikkelt tot het Silicon Valley van Europa, vraagt de stedenbouwkundig strateeg & auteur ons om stil te staan bij de stad die we samen bouwen. Zijn maatschappelijke manifest Eindhoven, stad van twee gezichten is een oproep om beter te kijken.
In een niet te stuiten woordenstroom neemt Aussems me mee in zijn onderzoeken en theorieën, gevoed door studie én observaties tijdens zijn fietstochten. Zijn blik op Eindhoven begon zich te vormen in 1971, toen hij zijn rechtenstudie in Tilburg verruilde voor cultureel werk (opbouwwerk) aan de Sociale Academie Den Elzent. Na de Rotterdamse stadsvernieuwing keerde hij in 1994 terug als directeur van Sint Trudo. Als dwarsdenker zag hij in leegstaande fabrieken geen afgeschreven ruimte, maar kunst, cultuur en rauwe energie. Zo hielp hij het 27 hectare grote Strijp-S veranderen in de creatieve stadswijk die het nu is.
Sinds zijn vertrek bij Trudo in 2018 blijft hij de ontwikkeling van Eindhoven volgen. Hij publiceerde boeken over de recente geschiedenis van de stad. Nu ligt er zijn manifest, met een urgente politieke en maatschappelijke boodschap: de bloeiende hightechsector maakt welgestelde inwoners rijker, terwijl de doorsnee Eindhovenaar kampt met stagnerende lonen en onbetaalbare woningen. Zijn pleidooi: laat iedereen meeprofiteren van de economische groei. 'We verwachten 107.000 extra banen. Daarvoor hebben we 600 hectare aan bedrijventerrein nodig en 100.000 woningen. De kosten komen hier terecht. De problemen ook. Mensen moeten verhuizen en pendelen. We krijgen te maken met meer verkeer en luchtvervuiling, en de prijzen zullen ongetwijfeld stijgen."
Om te begrijpen hoe Eindhoven hier terechtkwam, neemt Thom ons mee terug in de tijd. 'Mijn band met de stad en regio gaat terug tot 1971, toen ik hier kwam studeren. Het is een voordeel dat ik hier was tijdens wat ik de hoogtijdagen van Philips zou noemen. Het sprookje. Zijn verhaal begint in 1815, toen Eindhoven nog een bescheiden stadje aan de Dommel was. waar landbouw en handel in textiel en tabak domineerden. De vele arme en goedkope arbeidskrachten maakten de streek later aantrekkelijk voor de industrie.
Met de komst van Philips in 1891 groeide Eindhoven uit tot company town. De snelle expansie trok veel arbeidskrachten aan, veranderde de regionale infrastructuur en leidde uiteindelijk tot de samenvoeging met vijf omliggende dorpen tot Groot-Eindhoven. In het interbellum bepaalden Philips en de rooms-katholieke kerk in hoge mate het dagelijks leven en de sociale verhoudingen.
'Die periode kende een hevige strijd tussen de katholieke gemeenschap en Philips, met onder meer een langdurige staking. De uitkomst was eigenlijk een gelijkspel. De kerk moest aanvaarden dat de industrie zou blijven, Philips dat het in een diep katholieke regio opereerde. Toen de kerk inzag dat ze de industriële ontwikkeling en het werk van vrouwen en kinderen in fabrieken niet kon tegenhouden, veranderde ze van strategie. Zo ontstond wat ik het katholieke planningssysteem noem: buurten van 6.000 inwoners, met kerk en school in het hart, laagbouw in plaats van flats en voor 25 procent middenstandswoningen. Zo moest sociale samenhang tussen arbeiders en middenklasse ontstaan.'
Na de oorlog groeide Philips uit tot de grootste particuliere werkgever van Nederland. Het concern organiseerde bijna een eigen verzorgingsstaat, met woningen, onderwijs en gezondheidszorg. Tegelijk kwam de publieke verzorgingsstaat op gang. De inkomens lagen relatief hoog; een auto, televisie of weekendje weg kwamen voor steeds meer mensen binnen bereik. 'Mensen hadden het gevoel dat alles van de wieg tot het graf geregeld was. Dat sprookje liep in de jaren tachtig al schade op.' Met Operatie Centurion, de massaontslagen bij Philips en het faillissement van DAF was dat sprookje definitief voorbij. Begin 1994 had volgens Aussems zo'n 44,7 procent van de beroepsbevolking geen baan.
Later vertrok ook het hoofdkantoor van Philips uit Eindhoven. De stad moest haar economie opnieuw uitvinden. Aussems ziet 1994-2010 als de herstelperiode. Volgens het gangbare verhaal over de wederopstanding van de regio was dat herstel te danken aan de Triple Helix van bedrijfsleven, overheid en kennisinstellingen. Aussems bestrijdt dat. Volgens zijn onderzoek was het herstel van de regionale economie uitsluitend te danken aan de groei van de dienstensector, met onderwijs en gezondheidszorg de zogenoemde Eds en Meds - als belangrijke aanjagers. De bruto toegevoegde waarde van de industrie groeide, maar de industriële werkgelegenheid nam in deze periode met enkele duizenden banen af, vooral in Eindhoven.
Vanaf 2010 veranderde dat. In wat hij het 'Wonder van Veldhoven' noemt, groeide de hightechindustrie wél sterk, ook in werkgelegenheid. Maar ook die ontwikkeling schrijft Aussems niet toe aan een vooruitziende Triple Helix. De voedingsbodem lag volgens hem in een eeuw Philips en vier daar opgebouwde kerncompetenties: manufacturing - het vermogen om vrijwel alles te kunnen maken, engineering, R&D en design. Veel van de mensen die de nieuwe hightechindustrie vormgaven, kwamen bovendien uit de Philips-school. Op die humuslaag konden bedrijven als ASML, NXP en VDL verder groeien.
Uit die erfenis groeide ook het Brainport-ecosysteem. Maar de welvaart die dat bracht, bereikt niet iedereen. Aussems ziet een diepe sociaaleconomische kloof tussen hoogopgeleide, internationale kenniswerkers en praktisch opgeleide inwoners die kampen met sterk stijgende huizenprijzen, een duurder dagelijks leven en onzeker werk.
Eindhoven heeft zijn economie zonder blauwdruk weten te vernieuwen. Maar nu is er wél een plan nodig: om sociale polarisatie tegen te gaan en de welvaart te delen met alle inwoners. Gebeurt dat niet, dan dreigen gebieden als Woensel-Zuid en Woensel-Noord, waar problemen zich opstapelen, kruitvaten te worden. Ze raken steeds verder verwijderd van het centrum. Voor Aussems is duidelijk wat er moet gebeuren: 'We hebben meer coöperatieve woonvormen nodig, meer sociale woningen en meer openbaar groen. De opbrengst moet ten goede komen aan iedereen, aan alle lagen van de bevolking.'
'Twee fasen twee verhalen'
1994-2010 Van crisis naar herstel
Volgens Aussems kwam het economisch herstel niet uit de hightechindustrie, maar uit de groei van de dienstensector, met onderwijs en zorg als belangrijke motoren. De industriële werkgelegenheid nam in deze periode juist af.
2010-2025 'Het Wonder van Veldhoven'
Daarna groeide de hightechsector wél sterk, ook in werkgelegenheid. Aussems ziet dat niet als het resultaat van de Triple Helix, maar vooral van de 'humuslaag' van honderd jaar Philips: manufacturing, engineering, R&D en design.
THOM AUSSEMS
Al meer dan vijftig jaar kijkt Thom Aussemsnaar de ontwikkeling van Eindhoven.In zijn manifestEindhoven, stad van tweegezichten stelthijdevraag:wieprofiteerteigenlijk van de economische groei ?