Uit balans

| Mathilde Lageman | |

Vaak denk ik... was ik nog maar jong. Was ik maar eerder begonnen met roeien of mijn carrière, dan was het nog eens echt wat geworden. Ik fantaseer er flink op los. Dan was ik misschien wel beroemd geworden (ja, hoor!) of een geweldig sporttalent (tuurlijk) of een internationaal model (had gekund met mijn 1.85). 

Op oude foto's zie ik een slanke blondine, toen dacht ik dat ik dik was en veel te lang om leuk gevonden te worden. Jammer, denk ik nu. Toen ik jong was zag ik mijzelf dus heel anders, door een andere bril zo leek het. 

Jong zijn nu ziet er van buiten flitsend en zelfverzekerd uit. Een eindeloze stroom beelden waarin iedereen straalt, verre reizen maakt, succesvol, megamooi, slim en betrokken is. Op Insta lijkt alles ook al te lukken. Op Facebook heeft iedereen iets bereikt en op TikTok is het een groot feest. Het leven oogt snel, maakbaar en vooral: goed. Alsof twijfelen een uitzondering is en stilstaan tijdverspilling. 

Maar jong zijn is niet alleen glans. Het is ook complex. Misschien wel meer dan ooit. Achter die mooie plaatjes zit een generatie die opgroeit met een wereld die voortdurend aan staat. Nieuws dat nooit stopt, crises die elkaar opvolgen, oorlogen dichterbij dan ze ooit leken, een klimaat dat dramatisch verslechtert, verwachtingen die hoog liggen. En alles is natuurlijk zichtbaar. 

En ook nog eens: iedereen heeft een (emotionele, online) mening over alles en ook over jou. Alles lijkt urgent. En ondertussen wordt er gewoon verwacht dat je presteert. Snel studeren. Snel kiezen. Snel slagen. Liefst zonder omwegen. 

Er is veel te doen over mental health. Steeds meer jonge mensen lijken er problemen mee te krijgen. Ik vind het niet zo gek dat de stoppen soms doorslaan en dat depressie of erger op de loer liggen de maatschappelijke prestatiedruk en obsessie met geluk zijn alomtegenwoordig. 

Sinds een jaar kom ik met enige regelmaat in een gesloten GGZ-instelling waar vooral jonge mensen zijn opgenomen. De eerste keer dat ik er een bezoek bracht was voor mij een complete schok. Het gegeven 'jong' en 'gesloten' is zo'n onnatuurlijke en pijnlijke combinatie. 

De weg ernaartoe was prachtig, rijdend door een woud van groen, de zon schitterde door de bladeren, de vogels floten. Ik parkeerde mijn auto en liep langzaam naar de hoofdingang. Grote, hoge hekken trokken zich op om het gebouw. Binnen de omheiningen liepen jonge mensen heen en weer of zaten stil te roken, zonder met elkaar te spreken. Ik werd met argwaan bekeken en wist mezelf even geen houding te geven. Ik bracht zonder veel overtuiging "Hallo" uit. Het duurde een eeuwigheid om binnen te komen. Er moesten ongeveer drie deuren ontgrendeld worden. Eenmaal binnen voelde ik mij compleet verloren, een vreemde in een voor mij onbekende wereld. Een aantal jongeren zat stilzwijgend, zombieachtig bij elkaar, in een hoekje zat een meisje dat een puzzel legde. ledereen in zichzelf gekeerd, verdoofd leek het. Niemand keek naar me, het was alsof ik er niet was. Ik voelde me totaal verdwaald in een voor mij compleet nieuwe wereld, de wereld van de gesloten psychiatrie. Ik kreeg direct de neiging om de deuren naar buiten open te gooien, frisse lucht, contact te maken met buiten en ook met de bewoners. Dat was allemaal nog een stap te ver. 

Maar hoe vaker ik kwam, hoe meer ik ging zien dat contact helend kan werken. Soms een woord, soms een paardenbloem door het hek, soms een knikje of een kort gesprek. Tijd blijkt vaak heilzaam voor het vinden van houvast, en geduld, om weer beter te worden. Ik wens het alle jongeren in de GGZ toe. Laten we hen zien, naar hen luisteren, voor hen openstaan en zorgzaam blijven als het een tijdje niet gaat. 

 

MATHILDE LAGEMAN 

Directeur & mede-eigenaar STE Languages