Wie maakt de stad?
De zomervakantie zit er alweer op. Mediterrane temperaturen voelen inmiddels ook in ons kikkerlandje als de norm. Zo'n zomerperiode knipt voor mijn gevoel het werkende jaar mooi in tweeën. Nu ik in mijn laatste vakantieweek zit, ben ik langzaamaan weer met werk bezig. Terugkijken op het eerste halfjaar en vooruitkijken naar wat komt.
Dat eerste halfjaar stond voor mij voor een groot deel in het teken van de verkiezingen en de uitdagingen van onze stad. Mijn betrokkenheid bij de stadsdebatten in LAB-1, georganiseerd door Thom Aussems, en het daaruit voortgekomen manifest Eindhoven: Stad van twee gezichten lieten me steeds meer nadenken over het verhaal van Eindhoven.
De gesprekken over onze groel gaan vaak over cijfers: hoeveel woningen, hoeveel banen, hoeveel economisch rendement. Belangrijke vragen. Maar is de fundamentelere vraag niet: wie worden wij als stad door deze groei? Dat Eindhoven een schaalsprong doormaakt, staat nauwelijks nog ter discussie. Maar groei is meer dan een economische opgave. Ze stelt ons ook voor een morele vraag: hoe zorgen we ervoor dat de stad die we samen maken ook een stad blijft waarin we ons tot elkaar verhouden?
Want hoe graag we ook spreken over zelfstandigheid en individuele verantwoor-delijkheid, een stad bestaat bij de gratie van wederzijdse afhankelijkheid van mensen. Misschien vergeten we dat juist wanneer het goed gaat. We spreken over talent, innovatie en economische groei, maar geen van ons bouwt een leven alleen. Waarom denken we eigenlijk dat we zelfstandig zijn, terwijl we iedere dag afhankelijk zijn van duizenden onbekenden? Ik kan hoogopgeleid zijn, ambitieus en mijn eigen inkomen verdienen. Maar als de vrachtwagenchauffeur de goederen niet bij de supermarkt aflevert, heb ik een probleem. Als de bakker geen brood bakt, ook. En als niemand ons afval ophaalt, ontdekken we binnen een paar dagen hoe betrekkelijk onze zelfstandigheid eigenlijk is.
Onze stad draait niet alleen op individuele prestaties, maar op wederkerigheid. Op duizenden mensen die, zichtbaar en onzichtbaar, iets bijdragen waardoor het geheel kan functioneren. Juist daarom spreekt de boodschap van het manifest Eindhoven: Stad van twee gezichten mij zo aan. De vraag is niet alleen hoeveel welvaart we met elkaar creëren, maar ook hoe die welvaart doorwerkt in het leven van mensen. Wie profiteert van de groei? Wie draagt haar? Wie wordt gezien en wie blijft buiten beeld? Misschien moeten we ons daarom niet alleen afvragen wie profiteert van de groei van Eindhoven, maar ook wie haar mogelijk maakt. Want als niemand deze stad alleen maakt, van wie is haar succes dan eigenlijk? Onze levens zijn veel meer met elkaar verweven dan ons verhaal over zelfstandigheid soms doet vermoeden. Succes ontstaat nooit in een vacuüm. Als dit zo is, wat zijn we elkaar dan verschuldigd?
LOUBNA BAKRA
Samenlevingsarchitect
Bibliotoop Woensel-Zuid, Coalitie Kapitaalkracht